Geschiedenis


De stad Santiago de Cuba, de hoofdstad van de gelijknamige provincie, wordt vanuit historisch oogpunt “de wieg van de revolutie “en de “heldenstad “(Ciudad Héroe) genoemd. 

Zowel in de 19de eeuw als in 1953 werden hier aanzetten gegeven tot respectievelijk de onafhankelijkheidsstrijd en de revolutie.

Talrijke monumenten en plekken herinneren aan deze heldhaftige periodes in de Cubaanse geschiedenis.

Geschiedenis van de stad

Santiago de Cuba is in 1514 gesticht door Diego Velázquez en genoemd naar St.Jago, de Heilige Jacobus. In die tijd was een ander Santiago – Santiago de Compostela – in Spanje een beroemde pelgrimsplaats vanwege de daar, naar wordt gezegd, begraven stoffelijke resten van de apostel Jacobus.

Diego Velázquez, de eerste gouverneur van Cuba, was gecharmeerd van de ligging van de stad en maakte Santiago de Cuba meteen tot hoofdstad, Dat bleef zo tot 1553, toen Havana de nieuwe hoofdstad werd.

Santiago maakte naam als uitvalbasis voor de verdere verkenning van Midden-Amerika door de Spanjaarden.

Behalve Velázquez verbleef Hernán Córtez er, de veroveraar van Mexico.

Santiago de Cuba werd een welvarende stad, dankzij de kopermijn van El Cobre en later met de slavenhandel. Diverse keren waren er overvallen en plunderingen, onder andere door de Franse Piraat Jacques de Sores in 1554. Hij viel de stad ’s nachts met vier schepen aan en overmeesterde de bevolking volledig. De Sores deelde gedurende een maand de lakens uit, gijzelde enkele belangrijke notabelen en ging er met 80.000 goudstukken losgeld vandoor.In 1633 begonnen de Spaanse bestuurders met de bouw van een aantal verdedigingswerken in en rond de stad. Zo werd bij de nauwe ingang van de baai bovenop de rotsen El Morro opgetrokken, en bijna onneembaar fort.

Santiago de Cuba is altijd een stad van immigranten geweest. De slavenhandel bracht de Afrikanen.

Aan het eind van de 18de eeuw vestigden zich enkele tienduizenden Fransen in de stad en omgeving. Ze waren gevlucht voor de grote slavenopstand in het naburige Saint Dominque (het tegenwoordige Haïti). De Fransen legden de basis voor de koffieproductie op de hellingen van de Sierra Maestra.

Behalve door de terreur van piraten werd Santiago de Cuba in het verleden enkele keren zwaar getroffen door natuurgeweld. De aardbevingen van 1776 en 1852 brachten veel schade aan gebouwen en kostte honderden inwoners het leven.

Het beginsignaal van de Cubaanse revolutie werd gegeven met de aanval op de Moncada kazerne, op 26 juni 1953.

Santiago de Cuba was de eerste grote stad die in 1958 de poorten opende voor de revolutionaire strijdkrachten o.l.v. de advocaat Fidel Castro Ruíz en zijn compagnon, de arts Ernesto (Ché) Guevara uit Argentinië.

Vrijmetselarij in Cuba

De vrijmetselarij in Cuba heeft bij de ontwikkeling van Cuba een grote rol gespeeld. Sinds 1763 is er al maçonnieke activiteit op Cubaanse bodem, een Ierse regimentsloge beet de spits af. Later volgden vele Loges die vanuit Amerika gestart werden. In 1857 gingen de eerste Cubaanse Logia’s van start: Logia Fraternidad nr.1 en Logia Prudencia nr.2.

Zij waren en zijn in “het Oosten” van Santiago de Cuba gevestigd.

Vrijmetselarij is mede dankzij José Martí heden ten dagen nog steeds mogelijk in Cuba.

 

 

Wie was José Martí ?

José Martí was de geestelijke vader van de 2de onafhankelijkheidsoorlog.

Hij werd geboren in Havana op 28 januari 1853 en roerde zich al tijdens de 1ste  onafhankelijkheidsoorlog. Voor zijn kritische artikelen en gedichten kreeg hij gevangenisstraf en werd hij verbannen. De ballingschap stelde hem in de gelegenheid filosofie te studeren en te reizen, ondermeer naar Frankrijk, Mexico en de Verenigde Staten.

Steeds nadrukkelijk kregen zijn politieke ideeën over de toekomst vorm, vooral toen hij in Florida actie ging voeren onder de Cubaanse tabaksarbeiders en de gevluchte vrijheidsstrijders.

In 1892 richtte hij daar de Cubaanse Revolutionaire Partij op, met als kernpunten in het programma een vrij en onafhankelijk Cuba, met een democratisch bestuur, waarin de gelijke rechten van alle burgers gegarandeerd zouden zijn. De vrijmetselaar Martí was behalve politiek ideoloog ook een begenadigd dichter en didacticus.

Als dichter was hij een modernist, die afrekende met de traditionele waarden, de burgerlijke moraal en het nationalisme. In de voetsporen van Simón Bolivar, El Libertador, schreef hij vlammende teksten over de eenheid van Latijns - Amerika.

La edad de oro (de gouden eeuw), één van zijn meest bekende werken, was speciaal op de kinderen van Latijns - Amerika gericht.

Onderwijs was voor Martí de sleutel tot het creëren van een rechtvaardige samenleving.

“Wie denkt, heeft de morele plicht om zijn denken in dienst te stellen van degenen wier denken niet zo ontwikkeld is” was één van zijn motto’s.

 

 

 

 In 1895 gaf José Martí het signaal aan Antonio Maceo en Máximo Gómez om de Spanjaarden te verdrijven. Zelf ging hij in de provincie Guantánamo met een legertje aan land. Drie maanden later werd hij gedood tijdens een gevecht bij het plaatsje Dos Rios in de provincie Granma. Martí is sindsdien het grote voorbeeld voor de vrijheidsstrijd en ook de latere revolutie.

Hij is hét symbool van vrij Cuba, de “ Vader des Vaderlands “.

 

 

 

 

 

 

Zijn borstbeeld staat voor ieder schoolgebouw en is in ieder Logia te vinden.


Deze pagina werd voor het laatst bijgewerkt op 01-03-2007